De competities worden georganiseerd door de Technische Commissie (TC) onder leiding van de wedstrijdleider.

 

De huidige TC bestaat uit de volgende leden:

A.M. Sluis (wedstrijdleider)

G. Bolt (lid)

H. Kasje (lid)

L. Sijbring (lid)

L. de Vries (lid)

 

Reglement competitiewedstrijden
 
Ten aanzien van de spelregels conformeert de club zich zoveel mogelijk aan de door de Koninklijke Nederlandse Biljart Bond uitgevaardigde regels.
Aangezien alle deelnemers aan de competitie van tijd tot tijd aangewezen kunnen worden als scheidsrechter of schrijver, dient een ieder zich van de onderstaande aanwijzingen op de hoogte te stellen.
Alle wedstrijden worden gecoördineerd door de wedstrijdleider geassisteerd door zijn Technische Commissie (TC). E-mail: tc.aanstoot@ziggo.nl
Er moet altijd een lid van de TC aanwezig zijn bij de wedstrijden die onder dit reglement vallen.
 
Algemeen
1) De wedstrijden staan onder leiding van een scheidsrechter, geassisteerd door een schrijver. Deze worden voor iedere wedstrijd door de spelleiding aangewezen.
2) De scheidsrechter telt de gemaakte caramboles duidelijk verstaanbaar en meldt het totaal van de gemaakte serie aan de schrijver, die dit op het wedstrijdformulier noteert.
3) De scheidsrechter stelt zich gedurende het spel steeds zodanig aan de biljarttafel op dat hij duidelijk zowel de afstoot als het caramboleren kan waarnemen, en tevens zo dat ook de schrijver een vrij zicht op het biljart houdt.
Hij dient hierbij de spelers voldoende ruimte te bieden om zich vrij om het biljart te kunnen bewegen. Hij mag nooit op het biljart steunen.
4) De speler die niet aan de beurt is trekt zich van het biljart terug en neemt plaats op de daarvoor aangewezen stoel. De scheidsrechter dient hierop toe te zien.
5) Het ev. publiek dient zich ten alle tijde te onthouden van commentaar of aanwijzingen gedurende de wedstrijd. Alleen de scheidsrechter bepaalt of een carambole gemaakt is. Of de juiste bal gespeeld werd is ter beoordeling van scheidsrechter, spelers en schrijver en in die volgorde. Als sportief gebaar is alleen de tegenspeler gerechtigd eventueel vooraf te waarschuwen als een speler per ongeluk de verkeerde bal als speelbal kiest.
 
Competitiesoorten:
Er worden binnen de vereniging intern 3 mogelijkheden van competitie geboden.
1)      Competitie libre op sterkte
2)      Competitie bandstoten op sterkte
3)      Competitie driebanden
Ieder lid staat het vrij om deel te nemen aan 1 of meer van deze competities

Per wedstrijd wordt 2 punten toegekend voor een gewonnen partij of gedeeld voor een remisepartij.

Per competitieseizoen wordt een clubkampioen geëerd met een wisselbeker en een te behouden replica.
Ook voor andere prestaties kan jaarlijks een prijs(je) worden uitgereikt.
 
Competitie op sterkte voor de competities 1) en 2)
Per seizoen worden twee competitieronden gespeeld.
Elke deelnemer wordt per competitieronde naar sterkte voor een aantal caramboles als doel per wedstrijd ingedeeld door de wedstrijdleiding. Per wedstrijd speelt ieder voor dit doel tegen elke andere deelnemer binnen deze competitie voor diens eigen doel.
Na beëindiging van de competitieronde wordt door de wedstrijdleiding voor iedereen het doel (aantal te behalen caramboles) bezien c.q. aangepast n.a.v. het competitieronderesultaat.
 
Competitie driebanden
Voor de competitie driebanden wordt de partij over 20 beurten gespeeld en het gemaakte aantal caramboles telt dan voor het winnen of de remise in die partij.
 
Het meest behaalde aantal wedstrijdpunten over de twee complete ronden samen bepalen de clubkampioen in die spelsoort over het gehele seizoen.
Als onverhoopt een speler niet alle partijen van een competitieronde niet kan spelen worden al zijn resultaten in die competitieronde ongeldig.
  
Het Wedstrijdverloop:
De afstoot
Om te bepalen wie de eerste afstoot doet in een competitiewedstrijd, stoten de deelnemers gelijktijdig een bal vanaf een gelijke afstand vanaf de korte band via de tegenoverliggende korte band terug naar de begin positie. De ballen mogen elkaar daarbij niet geraakt hebben. In dat geval moet opnieuw worden afgestoten. Degene wiens bal het dichtst bij de korte band eindigt, mag bepalen wie begint.
De scheidsrechter meldt aan de schrijver wie er gaat beginnen, en plaatst de ballen op de acquits. De beginner speelt altijd met de gele bal. Voor de afstoot wordt de rode bal op het boven- acquit geplaatst, de witte bal op het middelste benedenacquit, en de gele bal naar keuze van de betreffende speler op het rechter- of linker benedenacquit. De afstootcarambole geldt alleen als de rode bal als eerste is geraakt.
 
Ongeldige caramboles
Men mag niet verder spelen of een reeds gemaakte carambole tellen als men:

1) reeds stootte voordat alle ballen stillagen;

2) tijdens het stoten niet minstens een voet aan de grond hield;

3) met de verkeerde bal speelde;

4) biljardeerde (z.g. "Dokkummer", hierbij is de pomerans nog in contact met de speelbal terwijl een tweede bal of de band geraakt wordt.)
5) bij de competitie bandstoten de carambole maakte zonder met de gestoten bal minstens één band te hebben geraakt voordat de tweede bal werd geraakt.
6) bij de competitie driebanden de carambole maakte zonder met de gestoten bal minstens drie banden te hebben geraakt voordat de tweede bal werd geraakt.
 
Overleg met de schrijver
In geval van twijfel zal de scheidsrechter met de schrijver overleggen en eventuele verkeerde beslissingen herroepen. De schrijver is ten alle tijde gerechtigd de scheidsrechter op gemaakte vergissingen te attenderen. Eventuele caramboles gemaakt voor het constateren van een vergissing blijven geldig.
 
Vastliggen van de ballen
Als de speelbal vastligt tegen een van de andere ballen, mag de speler kiezen uit twee mogelijkheden:
A- De 3 ballen door de scheidsrechter opnieuw in de aanvangspositie voor de acquitstoot laten plaatsen, waarbij de speelbal op het rechter- dan wel linker benedenacquit wordt geplaatst, of:
B- een carambole maken via de losliggende bal of via de losse band, waarna de eerder vastliggende bal opnieuw geraakt moet worden. Bij de afstoot mag de speelbal de vastliggende bal niet laten bewegen. 
 
Toucheren
Onder toucheren verstaat men het ongeoorloofd aanraken van een der ballen met de hand, keu of kleding. De speler die toucheert mag niet verder spelen in die beurt.
Een fout waaraan de speler zelf geen schuld heeft, bijv. bij het aangestoten worden door een ander persoon, wordt hem niet aangerekend. Als daardoor de ballen zijn verplaatst, legt de scheidsrechter de ballen zo nauwkeurig mogelijk terug in de oorspronkelijke positie, of desnoods in de acquitpositie.
 
Uitspringen van een bal
Onder het uitspringen van een bal wordt niet alleen verstaan het terecht komen van een bal buiten het biljart, doch ook als een bal na over de houten omlijsting te hebben gerold, weer op het biljart terug valt. Een eventueel op deze wijze tot stand gekomen carambole is ongeldig en de beurt is aan de tegenspeler met de acquitstoot.
Als de bal echter slechts met het laken bovenop de band in aanraking is geweest, geldt de carambole wel.
De betreffende bal(len) word(t)(en) weer in het spel gebracht met plaatsing door de scheidsrechter op de oorspronkelijke, eigen acquitpositie(s).
 
Protesten tegen beslissingen van de scheidsrechter zijn mogelijk:
1) door de spelers, als de scheidsrechter een vergissing in de telling maakt;
2) door de speler die niet aan de beurt is, als de scheidsrechter het spelen met de verkeerde bal niet constateert.
In beide gevallen is dan weer het overleg met de schrijver en het aanwezige TC-lid medebepalend.
 
Beëindiging van de partij (competitie op sterkte in libre en bandstoten)
Wanneer de speler met de gele bal het eerst zijn beoogde aantal caramboles heeft gemaakt, meldt de scheidsrechter: "Halve partij"
Om de laatst begonnen speler een gelijk aantal beurten te gunnen, worden de ballen door de scheidsrechter opnieuw in de aanvangspositie gelegd en krijgt de andere speler zijn laatste beurt.
Wanneer de laatst begonnen speler het eerst zijn beoogde aantal caramboles heeft gemaakt, meldt de scheidsrechter: "Hele partij".
 

Beëindiging van de partij driebanden

Wanneer de speler met de gele bal zijn laatste beurt heeft gemaakt, worden de ballen door de scheidsrechter opnieuw in de aanvangspositie gelegd en krijgt de andere speler zijn laatste beurt.

 

Bij overige (hierboven niet voorziene) gevallen beslist de wedstrijdleiding (TC).